Wanneer mag een kitten bij de moeder weg?

De ideale leeftijd om een kitten bij de moeder weg te halen is onderwerp van discussie. Er doen uiteenlopende adviezen de ronde.
De wettelijke minimumleeftijd om kittens te mogen plaatsen is 7 weken, maar niet iedereen houdt zich daar aan. Op Marktplaats en andere internetsites worden al kittens van 6 weken, soms nog jonger, aangeboden.
Raskatten worden meestal geplaatst als ze 13 weken of ouder zijn, nadat ze hun tweede enting gehad hebben. Een enkeling pleit er voor om een kitten pas met 16 weken te plaatsen.

Voor de aanstaande kittenkoper is dit begrijpelijkerwijs verwarrend, want aan welk advies moet je je nu houden? Helaas is er geen eenvoudig antwoord op te geven.

De tekst hieronder is – met toestemming – gebaseerd op een in 2010 verschenen rapport ‘Scheiden doet lijden’, geschreven door dierenartsen en gedragsdeskundigen. Sinds die tijd is er geen nieuw onderzoek op dit gebied gepubliceerd, de conclusies zijn nog actueel.

Er spelen meerdere aspecten een rol bij het bepalen van de beste leeftijd om een kitten bij de moederpoes weg te halen. Het is niet mogelijk om op basis van één van deze aspecten een beslissing te nemen!

Hieronder komen die aspecten stuk voor stuk aan bod, aan het eind staat een totaalconclusie.

extra-IMG_7289

extra-IMG_7243-voor-doc

extra-kitten-2z_1

Deelconclusies per aspect
1. Zelfstandig eten

Een van de criteria voor verkopers om kittens te plaatsen is dat het ‘zelfstandig kan eten en goed op de bak gaat’. Kittens beginnen op een leeftijd van ongeveer vier weken met vast voedsel, maar blijven ook nog een tijdje bij de moeder drinken. Moederpoes zal de kittens echter steeds vaker afwijzen en op de leeftijd van 7 à 8 weken zou het speenproces voltooid kunnen zijn.

2. Afweersysteem

Zelfstandig kunnen eten is echter niet het enige criterium waar naar gekeken moet worden. Weghalen bij de moeder levert stress op en daarmee een verminderde afweer. Het is daarom belangrijk dat het afweersysteem van het kitten goed ontwikkeld is als het uit het nest gehaald wordt. De eerste weken krijgt het kitten bescherming via de antistoffen in de moedermelk, daarna via de inentingen die het kitten krijgt. Entingen kunnen echter pas gegeven worden als het katje 8 à (liever) 9 weken oud is. Omdat het daarna zeker nog een week in het nest moet blijven in verband met een mogelijk ent-reactie, zou je op basis van deze informatie een kitten niet eerder dan 10 weken willen plaatsen.

3. Aanpassings- en herstelvermogen

Als een kitten van de moeder wordt gescheiden, is het belangrijk dat het zich zo goed mogelijk aan de nieuwe omgeving kan aanpassen. Alle jonge dieren kennen gevoelige periodes, waarin ze maximaal openstaan voor nieuwe indrukken. In die periode wordt de natuurlijke angst voor nieuwigheden tijdelijk onderdrukt.
Kittens kennen twee socialisatieperiodes: de eerste (van 3 tot ongeveer 7-8 weken) en de tweede (van ongeveer 7-8 tot 16 weken). In de eerste periode leert het kitten andere diersoorten accepteren en is het optimaal geneigd sociale contacten te leggen. In de tweede periode neemt de onbevangenheid weer af en keert de natuurlijke angst langzaam weer terug.

4. Sociale vaardigheden

Het kitten moet natuurlijk ook enige sociale vaardigheden hebben voordat het geplaatst kan worden.
Kittens beginnen vanaf een week of vier met hun nestgenootjes te spelen. Zo leren ze hun nageltjes in te houden en niet te hard te bijten. De periode van sociaal spel begint met vier weken, piekt met negen weken en loopt tot ongeveer veertien weken. Kittens die zonder nestgenootjes opgroeien, kunnen later spelagressie (te hard bijten of krabben) naar soortgenootjes of naar mensen vertonen. Vanaf 14 weken eindigt het spel steeds vaker in een gevecht. Het is dan ook de vraag of een kitten langer dan 14 weken in het nest moet blijven.

Contact met mensen is eveneens belangrijk, de optimale periode daarvoor is van 2 tot 7 weken. Als kittens in die periode ook nog honden ontmoeten en kennismaken met huiselijke geluiden, zijn ze later zelfs nog minder angstig voor mensen. Kittens kunnen om deze reden beter niet vroeger dan negen weken uit het nest gehaald worden. Te vroeg weghalen leidt tot gedragsproblemen als (spel)agressie of angst.

5. Omgeving

De omgeving waarin het kitten opgroeit is ook van groot belang. Krijgt het kitten te weinig prikkels (contact met mensen, andere dieren, geluiden etc.), dan kan dit invloed hebben op de ontwikkeling van het zenuwstelsel en op de latere stressbestendigheid van het kitten. Fokkers die de kittens vanwege hygiëne apart houden, doen de kleintjes geen plezier uit het oogpunt van optimale ontwikkeling. Ook kittens die in de tuin of op de boerderij opgroeien, krijgen te weinig prikkels. Deze kittens kunnen dus juist beter wél vroeger dan negen weken uit het nest gehaald worden.

Eindoordeel

Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat er meerdere kanten zitten aan het vaststellen van de juiste scheidingsleeftijd.

Zeven weken is bijna altijd te vroeg, maar ‘hoe later hoe beter’ geldt dus ook niet!

  • Uit oogpunt van het afweersysteem zou het kitten niet vroeger dan op een leeftijd van 10-11 weken geplaatst moeten worden.
  • Qua sociaal gedrag zou het mogelijk goed zijn om het pas met 14 weken uit het nest te halen.
  • Groeit het kitten op in slechte omstandigheden (te weinig prikkels), dan is het beter om het vroeger dan 9 weken weg te halen.
  • Zijn de leefomgeving en socialisatie optimaal, dan kan het nog steeds een overweging zijn om het kitten vroeger dan 14 weken te plaatsen, omdat het aanpassingsvermogen afneemt vanaf 9 weken.
  • Het is bovendien belangrijk om rekening te houden met de omgeving waarin het kitten geplaatst gaat worden. Komt het samen met een nestgenootje of met andere sociale katten te wonen, dan kan een leeftijd van 10 weken (mits bijtijds geënt) mogelijk ideaal zijn.

Het kittenkompas is een overzichtelijke folder waarmee je als toekomstige eigenaar beter kunt bepalen wat in jouw situatie de beste keus is.