Krolsheid en zwangerschap: wat er aan vooraf gaat

Poezen kunnen het hele jaar door krols worden, zelfs weer binnen een paar weken na de bevalling. Dit geldt vooral voor binnenpoezen, die niets merken van de invloed van seizoenen. Katten die buiten komen (of daar leven, zoals zwerf- of boerderijkatten) worden pas krols als de dagen langer worden.

Je merkt niet altijd aan een kat dat ze krols is. Sommige katten gaan luid miauwen, op de rug liggen of kopjes geven, maar er zijn ook katten waar je vrijwel niets aan merkt. Dat is vooral een risico bij hele jonge poezen, omdat je je als eigenaar niet realiseert dat de poes krols kan zijn.

Neem daarom het zekere voor het onzekere en laat je poes niet naar buiten totdat ze gecastreerd is.

Een poes kan namelijk al krols (en dus zwanger!) worden als ze vier maanden is, ook al is ze dan eigenlijk nog een kitten.

Deze zwangerschappen lopen meestal verkeerd af: de kittens zijn te zwak of worden doodgeboren, soms weet moederpoes niet wat ze met de kleintjes aanmoet of heeft ze nog geen melk.

Gebruikelijker is om voor het eerst krols te worden als een kat negen tot tien maanden oud is. Hier speelt ook het ras mee: Oosterse katten zijn gemiddeld vroeger dan huis-, tuin- en keukenkatten, Noorse boskatten juist gemiddeld later.

Als een poes niet gedekt wordt door een kater, zal ze een paar weken later weer krols worden.
Als een poes gedekt is en een eisprong heeft gehad, maar niet zwanger is geworden, dan duurt het langer voor ze opnieuw krols wordt. Vaak wordt een poes dan pas weer ca. 7 à 8 weken na de dekking krols.
Meestal volgt na een dekking een zwangerschap. Een poes kan door meerdere katers gedekt worden en kittens in één nestje kunnen daardoor meerdere vaders hebben.

Na een zwangerschap van ongeveer 65 dagen worden de kittens doof en blind geboren. Een poes krijgt gemiddeld drie tot vijf kittens, maar één of negen kittens komt ook voor.

1d-IMG_9548
1d-IMG_9552 
extra-kittens